Hoogbegaafdheid wordt regelmatig in een adem genoemd met ADHD en ADD, Asperger, autisme, dyslexie, dyscalculie en hoogsensitiviteit. Dat is niet vreemd. Wat ze allemaal gemeen hebben, is dat het hier afwijkingen in de bedrading van en doorvoer van signalen in de hersenen betreft. Er zijn dan ook zeker raakvlakken en overlappingen.
Stel je hersenen voor als een stelsel van delen, met elkaar verbonden middels een complexe bedrading. Het maakt dan nogal wat uit of er veel of weinig draadjes lopen, of die bedrading veel of weinig pulsen kan transporteren, en of je rijk bedeeld bent met hersenen.
Dat alles samen genomen beïnvloedt uiteraard je vermogen om met interne en externe prikkels om te gaan, én de wijze waarop je die prikkels verwerkt en interpreteert. Op dat niveau vind je zeker overeenkomsten tussen hoogbegaafdheid, ADD, ADHD, autisme, hoogsensitiviteit, dyslexie en dyscalculie — wat je samengenomen het neurodivergente denken noemt.
Attention Deficit Disorder. Eind jaren tachtig werd de diagnose ADD geformuleerd binnen de DSM-IV. Mensen die ADD hebben, zijn bovenmatig impulsief, gevoelig, visueel, verstrooid, sensorieel en actief — en dat allemaal tegelijk.
Mensen met ADD denken veelal op een gelijksoortige manier als hoogbegaafden en gebruiken daarvoor ook dezelfde hersengebieden. Ze zijn altijd bezig in hun hoofd en praten snel om dat wat ze bedenken zo precies en gedetailleerd mogelijk te verwoorden.
De moderne leef-, leer- en werkomgevingen zijn voor ADD-ers vaak te sterk prikkelend. Mensen met ADD raken snel afgeleid en kunnen zich maar moeilijk concentreren.
De overeenkomsten tussen hoogbegaafdheid en ADD zijn talloos. Bij beide wordt, in vergelijking met niet-hoogbegaafdheid en niet-ADD, op bovenmatige wijze de neocortex gebruikt. ADD is net als hoogbegaafdheid in de kern aangeboren. En net als bij hoogbegaafdheid brengt het degene die het heeft problemen, omdat vrijwel alle regels, structuren en processen in onderwijs en werk ingericht zijn op de doorsnee mens.
Het verschil tussen ADD en hoogbegaafdheid is een accentverschil. Bij degene met ADD ligt de nadruk meer op het hyperachtige karakter van het denken en het gedrag, terwijl bij hoogbegaafden de nadruk juist meer ligt op pure denkkracht. De combinatie ADD en hoogbegaafdheid komt vaak voor — in ieder geval zie ik die combinatie regelmatig in mijn praktijk.
Wat hiervoor staat over ADD, geldt in feite ook voor ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Er zijn echter wel enige verschillen.
Het grote verschil is dat ADHD veel meer een stoornis in klassieke zin is dan ADD. Alles wat degene met ADHD ervaart is heftiger en complexer. Wat helpt bij ADD — structuur, rust en afwezigheid van overprikkeling — helpt in mindere mate bij ADHD. Daarbij geldt ook dat ADHD nogal eens in combinatie met iets anders voorkomt, zoals autisme, wat het extra lastig maakt om grip te krijgen op de problemen.
De incidentie van ADHD bij hoogbegaafden is bovengemiddeld, en andersom ook. Een foutieve diagnose waarbij een drukke hoogbegaafde ten onrechte het sticker ADHD opgeplakt krijgt, komt niet zo vaak voor — daarvoor zijn de kenmerken van ADHD te duidelijk en eenduidig. Wel komt geregeld voor dat bij hoogbegaafden die tevens ADHD hebben, de diagnose ADHD wel gesteld wordt maar de hoogbegaafdheid over het hoofd wordt gezien.
Wat onder autisme wordt verstaan, is in de loop der jaren nogal veranderd. Waar vroeger uitgegaan werd van een verminderd vermogen emoties bij jezelf en anderen waar te nemen — vandaar laag en hoog functionerend autisme — is dat in de afgelopen jaren min of meer verworden tot een vertraagde ontwikkeling in het leren omgaan met emoties, onverwachtheid en beschikbare informatie.
In mijn optiek is de bijstelling in de kern correct, maar in de uitvoering is er weinig verbeterd. Voor diagnosticeren van stoornissen ga je namelijk altijd uit van gedragskenmerken, en correct diagnosticeren volgens de nieuwe definitie is moeilijk: aarzelingen om te reageren, niet primair reageren, tijd nemen om na te denken — dat kunnen allemaal worden gezien als aspecten van autisme.
Autisme is aangeboren en komt vooral vanaf het vierde levensjaar tot uitdrukking. Het raakvlak met hoogbegaafdheid is dat veel hoogbegaafden, hoewel ze in principe uitstekend bij hun emoties kunnen en zeer gevoelig zijn, dat in de praktijk vaak in mindere mate doen. Velen zijn introvert of hebben zich aangewend hun emoties voor zich te houden.
Andere hoogbegaafden hebben geleerd zo sterk aan hun cognitief getinte wereld te hechten dat ze er de voorkeur aan geven díe verder te ontwikkelen — daarmee als vanzelf het emotionele en empathische verwaarlozend en al het andere buitensluitend.
Het syndroom van Asperger is een combinatie van bovengemiddelde tot hoge intelligentie en autisme. Het is een van de oudere vormen van autisme, ontstaan als label toen duidelijk werd dat problemen rondom het empathisch vermogen niet alleen voorkwamen bij mensen met een laag IQ.
Personen met dit syndroom hebben dikwijls een zeer hoog IQ. De bijbehorende vorm van autisme is vaak ingewikkeld, want het kenmerk ervan is dat de persoon naast het afgevlakt ervaren van emoties sterk op zichzelf gericht is. Bij Asperger in combinatie met hoogbegaafdheid geldt in hoge mate dat hoogbegaafdheid, autisme en gerichtheid op het zelf elkaar kunnen versterken en in stand houden.
Het syndroom van Asperger is uit de in 2013 uitgebrachte versie van de DSM-V gehaald. Het valt nu met andere vormen van autisme onder het label autismespectrumstoornis (ASS).
Een uitgebreid artikel over de verschillen en overeenkomsten — met theorieën en conclusies voor de begeleiding.
Dyslexie en hoogbegaafdheid komen regelmatig samen voor. Het type hoogbegaafdheid dat dan meestal prevaleert is van het creatieve type — denk aan architecten, musici en acteurs. Dyslexie is geen stoornis maar een onschuldig kronkeltje ergens in de hersenen. Moeite hebben met de volgorde van cijfers heet dyscalculie.
Mensen met dyslexie worden onzeker omdat ze twijfelen of ze iets wel of niet begrijpen én omdat ze meer tijd nodig hebben voor het begrijpen en interpreteren van wat ze lezen. Die onzekerheid nemen ze mee als schaamte naar anderen toe, en als twijfel aan zichzelf. Uiteindelijk vertaalt dyslexie zich vooral als een probleem in de interactie met anderen: kinderen en volwassenen met dyslexie voelen zich vaak de mindere van anderen die 'normaal' zijn.
Hoogsensitieve mensen hebben een zenuwstelsel dat gevoeliger is voor prikkels dan gemiddeld. Prikkels komen intenser binnen. In combinatie met een creatieve kant kunnen hoogsensitieve mensen zich goed inleven in situaties, ook situaties die sterk emotioneel gekleurd zijn, en hebben ze vaak oog voor de details die ertoe doen maar bij anderen juist eruit vallen. Uiteraard raken ze ook makkelijk overprikkeld.
Hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid overlappen elkaar behoorlijk. De meeste hoogbegaafden hebben ook veel oog voor detail en kunnen zich, wanneer ze een creatieve kant hebben, goed inleven in situaties. Qua problemen met overprikkeling zijn ze behoorlijk aan elkaar gelijk.
Hoogbegaafdheid, ADD, ADHD, autisme, dyslexie, dyscalculie en hoogsensitiviteit vat je tegenwoordig samen met de term neurodivergentie. Helemaal prima. Het zou ook heel wonderlijk zijn als al die breinen van al die mensen op eenzelfde manier bedraad zouden zijn. De natuur trekt zich weinig aan van het strak willen kaderen van de mens. Verschil is normaal.
Voor degenen die ermee worstelen zou dat een troost kunnen zijn. Maar zo werkt het gewoon niet. De meeste mensen willen 'normaal' zijn, wat dat ook moge betekenen. Mensen zijn groepsdieren, en dat blijft.
Voel je welkom
Peter Spelbos
Terug naar het overzicht
Alle artikelen over hoogbegaafdheid →
Piet Mondriaan, Compositie met kleurvlakken en grijze lijnen 1, 1918