website statistics
Voor jongvolwassen hoogbegaafden

Vastgelopen

Veel hoogbegaafde jongvolwassenen lopen vast. In de kern komt dat meestal niet omdat ze hoogbegaafd zijn; het komt omdat ze al jaren hun leven — gedrag, relaties, doelen — niet echt op orde hebben. En ja, dat is ergens begonnen bij het hoogbegaafde, en ja, ze houden het zelf in stand door hun angsten en hoogbegaafdheid.

Die cirkel doorbreken is lastig maar te doen. Daarvoor is het wel nodig dat je kennis hebt van een aantal zaken die jou hierin beperken. Ik bespreek ze hieronder.

1. De hoogbegaafde en zijn uitvoerende functies

Als je in Artis kijkt hoe gorilla's en chimpansees hun dag doorbrengen, zal het je opvallen dat ze vooral lummelen. Pas als ze willen eten of vlooien, gaan ze serieus aan de slag. Wij mensen zitten niet veel anders in elkaar. Onze natuurstaat is ook vooral lummelen. En pas als we het nodig vinden, komen we in actie.

Chimpansees hebben bijvoorbeeld geleerd dat als ze honing uit een honingraat willen, ze er een stokje in moeten steken en dat na het eruit halen, kunnen aflikken. Ze doen dit zo omdat ze dit hebben geleerd van hun familie en het vervolgens eindeloos hebben geoefend.

Bij mensen ligt dit niet anders. Allerlei functies die in aanleg en potentie in ons aanwezig zijn, hebben we door voordoen door ouders en anderen, en door vervolgens zelf te oefenen geïnternaliseerd. We kunnen die functies dan gebruiken wanneer we ze nodig hebben. Je zegt ook wel dat deze hogere functies van het denken, de uitvoerende functies, binnen processen van socialisatie, cultuur en opvoeding worden doorgegeven.

Uitvoerende functies

De term uitvoerende functies is afkomstig uit de neurowetenschap en betreft díe cognitieve vermogens die de mens in staat stellen om intentioneel en doelgericht te handelen en problemen op te lossen. Je vindt ze vooral in de prefrontale schors, het voorste deel van de frontale hersenkwabben.

De uitvoerende functies zijn het pendant van de cognitieve functies, de denkkracht. Zonder gebruik van je uitvoerende functies heb je aan denkkracht niet zoveel. Omgekeerd geldt ook: zonder denkkracht heb je aan je uitvoerende functies ook niet veel. De combinatie leidt tot doelgericht doen.

De 15 uitvoerende functies volgens Jolles

  1. Filteren — In staat zijn om binnenkomende informatie efficiënt te filteren. Het brein beslist om de informatie dieper te verwerken en/of op te slaan voor later of juist niet.
  2. Organiseren van de aandacht — De hersenen onderscheiden wat relevant is en organiseren de aandacht. Hersenen moeten ook bereid zijn geen aandacht te geven aan niet-relevante prikkels.
  3. Impulsremming — De vaardigheid om onmiddellijke beloningen te kunnen uitstellen en niet direct te handelen, maar pas na een zekere reflectie en tijd.
  4. Nieuwsgierigheid en initiatief nemen — Nieuwsgierigheid leidt tot onderzoekend gedrag en is de basis voor autonoom gedrag. Teveel nieuwsgierigheid kan leiden tot verlies van focus.
  5. Werkgeheugen — Dit geheugen maakt het mogelijk om informatie uit zowel het korte- als langetermijn-geheugen vast te houden zodat we ermee kunnen werken.
  6. Doelgerichtheid — Weten wat het doel is, daar een beeld van hebben en van de weg erheen, weten wat er nodig is om dat doel te bereiken.
  7. Gedrags-, motorische- en cognitieve flexibiliteit — Het vermogen om te stoppen met een activiteit en door te gaan met een andere. Cognitieve flexibiliteit heeft betrekking op het aanpassen van plannen en gedrag.
  8. Planmatig handelen — Het nemen van initiatief om een doel te stellen, een plan te maken, dit te verdelen in deelhandelingen en die te prioriteren.
  9. Kiezen en beslissen — Verschillende gedragsalternatieven overwegen, prioriteiten stellen en de consequenties op korte, middellange en lange termijn overzien.
  10. Zelfinzicht — Een reële inschatting van het eigen kunnen; een belangrijke basis bij het maken van plannen en stellen van doelen.
  11. Zelfregulatie — Wat iemand met het zelfinzicht doet.
  12. Metacognitie — De vaardigheid van het kunnen reflecteren op de eigen gedachten. Het broertje van zelfinzicht en zelfregulatie.
  13. Monitoring — Het vermogen de sociale omgeving te kunnen overzien en beoordelen, en de voortgang van gemaakte plannen te bewaken.
  14. Empathie en perspectief — De vaardigheid om je te kunnen verplaatsen in de ander en zo diens gedrag en beleving te kunnen voorstellen.
  15. Motivatie — Inzicht in het gestelde doel, het belang van het bereiken ervan en de weg ernaartoe. De persoon moet belangen kunnen afwegen en zich committeren.

Problemen van hoogbegaafden met uitvoerende functies

Vele hoogbegaafden hebben niet goed geleerd deze functies in hun jeugd te ontwikkelen: ze konden gewoon zonder, terwijl ze andere functies waar ze affiniteit mee hadden perfectioneerden. Dat beviel goed — zo konden ze het beeld van de alwetende hoogbegaafde overeind houden. Totdat dat beeld op latere leeftijd een deuk opliep.

1. Empathische onderontwikkeling

Problemen op de vlakken Monitoring en Empathie, vaak samen met Zelfinzicht en Zelfregulatie. Hoogbegaafden die hiermee worstelen functioneren matig in teams en zijn sterk oplossingsgericht en op zichzelf gefocust. De oorzaak is meestal een al vroeg ontstane scheiding tussen hoofd en gevoel.

2. Kiezen en beslissen

Problemen op de vlakken Kiezen, Planmatig handelen en Gedragsflexibiliteit. Hoogbegaafden zien alle beslissingen als een zwart-wit beslisproces dat cognitief te regelen is — ook bij het kopen van een huis of het aangaan van een relatie.

3. Van alles wat

Moeite met Filteren, Aandacht, Impulsremming, Doelgerichtheid en Planmatig handelen. Ze fladderen als kraaien van het ene glinsterdingetje naar het andere. Sommigen houden hier hun hele leven last van, anderen komen met een strikt regime van structuur en routines een heel eind.

4. Motivatieproblemen

Geen motivatie om iets aan te gaan — valt onder Motivatie (nr 15). Treedt veelal op als bijproduct van faalangst, vooral bij jongere hoogbegaafden van 18 tot 25 jaar. Een traject bij een psycholoog of therapeut is hier vaak op zijn plaats.

Hoe leer je uitvoerende functies aan

Velen denken dat er ergens een knopje zit wat je kunt indrukken. Dat is niet zo. Als de processen van socialisatie hebben gefaald, zit er niets anders op dan het zelf ter hand te nemen — zoals je op je veertigste een nieuwe taal leert. Het gaat over bedenken en doen, stap na stap. Het kan jaren duren. En een garantie krijg je niet.

  1. Gebruik een leerproces dat je eerder succesvol doorliep — zoals je rijbewijs halen — en modelleer daarnaar al het andere wat je jezelf wilt leren.
  2. Begin simpel en bouw uit. Ontwikkel routines die in elkaar grijpen. Organiseer je werk of studie binnen een structuur en blijf uit de flow.
  3. Accepteer dat je zaken moet doen die je niet leuk vindt. Doe die het vroegst op de dag — dan is de interne weerstand laag.
  4. Accepteer dat je faalt wanneer je faalt, maar pak het wel weer op. Falen hoort erbij — als je maar weer opstaat.
  5. Een gezonde geest floreert in een gezond lichaam. Werk met een dagelijkse cool-down, werk niet na tienen, ontwikkel een goed dag-nachtritme. Houd je ver van alcohol en drugs.
  6. De bevrediging waarvoor je eerst ging was op korte termijn; werk nu naar een op de langere termijn. Spreek jezelf toe als je het erbij laat zitten.
  7. Het gaat altijd om een functionele structurering van wat je doet en hoe je leeft. Geef je daaraan over en ontleen daaraan steun.

Op latere leeftijd heb ik mezelf onder meer aangeleerd om elke dag te ontbijten en lunchen — steeds op ongeveer dezelfde tijd naar bed te gaan — op gezette tijden schone kleren aan te trekken — dagelijks te douchen — contacten te onderhouden — klussen te doen die ik niet fijn vind — niet meer dan vijf projecten tegelijk in de lucht te houden — te luisteren naar mijn partner. Het meeste is me gelukt.

Peter Spelbos

2. Flow — de optimale ervaring

Flow als begrip is geïntroduceerd door Mihaly Csikszentmihalyi, een expert op het vlak van de gelukservaringen. Hij onderzocht welke activiteiten mensen het meeste gevoel van geluk geven en geeft daarop als antwoord dat mensen het gelukkigst worden van wat je autotelische activiteiten noemt — activiteiten die je doet omdat ze in zichzelf bevredigend zijn. Flow is in de kern betrokkenheid op vele niveaus waarbij je alles om je heen vergeet.

De adder onder het gras

Hoogbegaafden kennen het werken in een flow heel goed. Alles om je heen vergeten, bezig zijn waarmee je bezig bent omdat je het interessant vindt. En aan het eind die ultieme bevrediging: tevreden met het resultaat en een shot dopamine. Heerlijk.

Maar er kleven bezwaren aan. Stel je een jongvolwassen hoogbegaafde voor die nooit heeft leren leren. Die altijd op het laatste moment zijn proefwerken maakte, als werknemer nachten doorgaat met puzzelen. Deze hoogbegaafde kent niets anders dan werken in een flow; hij wacht zelfs totdat hij een flow voelt voordat hij aan iets begint.

Velen vergeten dat het op de lange duur niet vormend is voor jou als persoon én zelden de beste resultaten oplevert. Als je je alleen over iets kunt buigen als je in een flow zit, kom je niet ver. Je maakt relatief weinig meters en leert nauwelijks van je eigen fouten. Je ontwikkelt geen diepgang maar wel lossigheid en ongerichtheid.

Om een mooie, goed-zittende stoel te maken, moet je veel uren als meubelmaker hebben gemaakt, tijdens het maken kunnen reflecteren op wat je doet, en om kunnen gaan met tegenslag. Je wacht zeker niet tot het laatste moment om in een vlaag van hyperintensiteit iets in elkaar te flansen.

Werken in een flow staat haaks op het proces van leren leren en iets van grote kwaliteit opleveren. De shot dopamine is fijn, maar enkel korte-termijn bevrediging. Voor houvast in het leven moet je structuren en routines ontwikkelen. Die geven jou de houvast die je nodig hebt als het even tegenzit.

3. Wat heb je aan denken

Drie situaties — hoe en wat zou jij beslissen?

  1. Je loopt met een vriend in een donker steegje in Amsterdam en plots worden jullie aangevallen door twee agressieve honden. Wat doe je?
  2. Je struint op een zondag in Friesland in een weiland en komt onverwacht een sloot van ongeveer een meter breed tegen. Je bent even van slag maar besluit toch naar de andere kant te gaan. Hoe pak je dat aan?
  3. Je wilt een huis kopen en weet de keuze te reduceren tot een klein duur huis in het centrum en een groot goedkoper huis in een buitenwijk. Het huis in het centrum vind je mooier én het ligt dichter bij het station. Dan moet je wel een hogere hypotheek nemen en meer gaan werken. Hoe zorg je ervoor dat je de beste keuze maakt?

Denken

Denken is voor hoogbegaafden een diepgewortelde gewoonte waar ze niet buiten kunnen. De meeste hoogbegaafden hebben echter een verkeerde perceptie van denken.

Als we op een feest met iemand praten, sluiten we anderen bewust buiten — dat geeft immers teveel ruis. Tenminste, dat denken we. Want als we onze naam horen vallen, blijken we toch aan het luisteren te zijn. Ons onbewuste geeft ons een seintje. Ons onbewuste denken is onmisbaar, meer onmisbaar zelfs dan het bewuste denken.

Misverstanden rondom bewust en onbewust denken

De termen bewust en onbewust zijn misleidend. Ze suggereren dat het bewuste denken aan de touwtjes trekt. Dat is onzin. Bij verreweg het grootste deel van ons gedrag speelt ons bewuste denken geen enkele rol. Sommigen opperen de verhouding 99% onbewust en 1% bewust gestuurd gedrag.

Het is ook niet zo dat bewust denken gereserveerd is voor ingewikkelde zaken. Autorijden doe je vanuit onbewuste denkprocessen. Lezen ook. Ook bepalen of je iemand mag of niet is grotendeels een onbewust proces.

Drie manieren om keuzes te maken

  1. Snel, nauwelijks nadenken — geschikt voor beslissingen die binnen een korte tijdspanne genomen moeten worden.
  2. De onbewuste manier — je neemt de informatie in je op, maakt een voorlopige keuze, slaapt er een nachtje over en gaat dan voor die keuze als die nog steeds goed voelt.
  3. Bewust alles naast elkaar zetten — een afgewogen beslissing op basis van alle beschikbare gegevens. Geschikt voor logische, overzichtelijke en gekaderde problemen — in wezen maar een kleine groep problemen.

Over het algemeen is de beste manier van kiezen de tweede. Als het niet goed voelt moet je de hele besliscirkel opnieuw doorlopen.

Verdere adviezen

  1. De perfecte beslissing bestaat niet, streef er dan ook niet naar.
  2. Sta jezelf toe ook foute beslissingen te nemen. Accepteer dat 20% van je beslissingen fout is — die kun je later corrigeren.
  3. Stel jezelf een termijn. Heb je dan nog geen beslissing genomen, zie dat als een indicatie dat je het niet moet doen.
  4. Verwoord datgene waarover je twijfelt naar een ander. Tijdens het verwoorden vorm je feitelijk je mening en wordt duidelijker hoe je er gevoelsmatig in staat.
  5. Luister naar wat anderen vinden, en dan in het bijzonder niet-hoogbegaafden. Maak ruimte voor de ander.
  6. Iets globaal weten is meestal voldoende. Teveel details benemen je het zicht op de hoofdlijnen. Beslis getrapt: eerst op hoofdlijnen, dan op de details.

4. De faalangstige hoogbegaafde

Hoogbegaafden zijn goed in het analyseren van complexiteiten — ter plekke en in het moment. Als er genoeg tijd is en de complexiteit behapbaar, doen planning en structuur er nauwelijks toe en worden die vaardigheden ook niet gebruikt.

Dat werkt totdat de tijdsdruk toeneemt, de complexiteit groter wordt, en er meer issues gelijktijdig spelen. Dan lukt het niet meer om in het moment alles te analyseren. De kans is dan groot dat de hoogbegaafde faalt. En dat is schrikken.

Faalangst ontstaat vaak in het eerste jaar van de bovenbouw van de middelbare school of in het eerste jaar van de studie. Beide jaren doen een groter, volwassener beroep op de leerling dan voorheen.

Wat onder faalangst zit

De hoogbegaafde kan in faal-situaties niet terugvallen op eerder verworven geconsolideerde kennis — hij mist niet alleen de kennis maar ook de vaardigheden om het tekort op te vangen. Als hij dan niet leert accepteren dat hij mag falen, kan schaamte en onzekerheid leiden tot faalangst.

Hoe het verder gaat

De faalangst leidt tot (a) het ontwijken van situaties waarin het kunnen getest wordt — dat zie je vaak bij jongens — of (b) nauwgezet alle opdrachten uitvoeren en stoppen met zelfstandig denken — dat zie je vaak bij meisjes. Kort gezegd: jongens trekken zich terug in het gamen en meisjes worden te braaf en volgzaam.

Een en ander bespreekt de hoogbegaafde zelden met zijn ouders of docenten; dat is een te grote afgang. Maar ander gedrag ontwikkelen lukt ook niet want dat is de hoogbegaafde vreemd en past niet bij zijn imago. Meestal volgt een lange periode van angsten, toenemende depressieve klachten en een neergang in de resultaten.

Wat heeft een faalangstige hoogbegaafde te leren?

  1. Ander begrip van leren ontwikkelen — leren is uitproberen, falen, fouten maken en weer verder. En dat leren kan overal.
  2. Automatiseren en methodes ontwikkelen — de tafel van zeven uit je hoofd weten is een vorm van automatiseren. Zorg dat je kennis hebt waarop je kunt terugvallen.
  3. Leren samenwerken — je minder als de cerebrale allesweter opstellen, accepteren dat een ander anders in elkaar zit en ook kennis bezit, vragen stellen, kwetsbaar opstellen.
  4. Met negatieve emoties leren omgaan — leren dat het ook tegen kan zitten en dat dat normaal is om te delen.
  5. Eigen leermethodiek ontwikkelen — erachter komen hoe jij het makkelijkst en best leert.
  6. Faalangst overwinnen — door successen te boeken en daar op voort te bouwen; kleine stapjes zetten en niet teveel tegelijk willen.

Vormend leren

Een fictief voorbeeld van nog niet zo lang geleden. De zoon van de slager had al vanaf zijn zesde taken zoals afwassen, boodschappen doen en zijn kleine zusje naar de peuterschool brengen. Zijn vader en moeder maakten lange dagen in de winkel. Toen hij tien was moest hij na school de winkel vegen. Toen hij twaalf was hielp hij bij het uitbenen. Vanaf zijn veertiende stond hij achter de toonbank.

Zo'n jongen leerde al vroeg te structureren, organiseren, prioriteren, focussen, automatiseren — al die uitvoerende functies die zo belangrijk zijn om je gedrag doelgericht te sturen. Die jongen kon dat later goed gebruiken toen hij de slagerij uitbouwde tot een supermarkt.

Zo gaat het nauwelijks meer tegenwoordig, maar je gunt het kinderen dat ze er íets van meepakken.

Vuistregels voor ouders

  1. Geef je kind al op jonge leeftijd duidelijke taken waar hij verantwoordelijk voor is.
  2. Zorg ervoor dat je kind al vanaf twaalf jaar een bijbaantje heeft. In het begin iets simpels, later iets met een duidelijke sociale component.
  3. Praat met je kind over wat er intern bij hem speelt en leer hem dat falen erbij hoort. Maar vier ook zijn successen.

Leren door te ervaren

We leren het meeste door het persoonlijk te ervaren. Dit sluit aan bij de leercirkel van Kolb — een itererend model dat stelt dat we het beste leren door een cirkel van vier fasen te doorlopen: ervaren, reflecteren, begrijpen en toepassen. Vervolgens begint er een nieuwe cirkel, maar dan op een hoger niveau.

Hersens hebben is een ding, heel intelligent zijn een tweede, maar als dat niet ingebed is in jou als persoon — wanneer het alleen maar om het hoofd gaat — houd je niets over. Dat inbedden doe je door je capaciteiten vorm te geven via je uitvoerende functies. Het gaat niet zozeer over denken, maar over ervaren en doen. En slim zijn wanneer het nodig is.

5. Motivatieproblemen

Bij motivatieproblemen wil je jezelf brengen tot iets waar je niet in gelooft of waarvan je het nut niet meer inziet maar krijg je dit niet voor elkaar. Je bent passief terwijl je actief zou moeten zijn.

Bekende voorbeelden: het niet kunnen opbrengen van aandacht voor huiswerk, het niet meer gemotiveerd zijn voor een baan. Motivatieproblemen kunnen ingrijpend zijn — van een afstand gezien lijkt het alsof je vastzit in je leven en eigenlijk depressief bent. Deze observatie klopt ook, je ziet immers geen uitweg.

Serieus motivatieprobleem 1

Allereerst praat je over een motivatieprobleem als verdiepend probleem van eerdere problematiek. Bijvoorbeeld een adolescent die gaat studeren en niet de capaciteiten heeft ontwikkeld om om te gaan met wat op hem afkomt in een vreemde stad. Na een aantal mislukte pogingen geeft hij het op en wordt depressief.

Zo'n motivatieprobleem ontstaat vaak daar waar angst veel te lang heeft doorgeëtterd. De oplossing begint bij de erkenning dat hij niet weet hoe hij verder moet en dat hij eigenlijk al zijn gevoelens en emoties wegdrukt.

De volgende stap is dat hij leert inzien dat hij een leven gekregen heeft dat geleefd dient te worden, ook al vindt hij het moeilijk en eng. En dat hij zichzelf leert zien als meer dan een zak vol hoogbegaafdheid — dat hij zijn andere kanten leert ontwikkelen en daarop een toekomst te bouwen valt.

Het is zinnig om te starten met eenvoudige zaken die licht onderontwikkelde kwaliteiten vereisen zodat je makkelijk successen behaalt. Als je moeite hebt met sociale contacten, ga dan eenmaal per week naar een spellencafé. Bouw dat vervolgens uit en stel jezelf concrete doelen.

Serieus motivatieprobleem 2

De volwassen hoogbegaafde is vastgelopen in leven en/of werk en weet hier niet uit te komen. Bij de eigen analyse van het leven blijkt het kaal, arm en zinloos. De ellende is existentieel van aard en ontneemt alle lust om er iets aan te doen.

In dat opzicht is het verstandig om onderscheid te maken tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie komt voort uit persoonlijke interesses. Extrinsieke motivatie link je aan iets buiten jezelf — voldoende geld, een fijne relatie, een leuke hobby. Als je wilt kun je intrinsieke motivatie inruilen voor extrinsieke.

Ook al zit je al 20 jaar in dezelfde baan, dan nog kun je investeren in hobby's die bij je passen en bevrediging opleveren. De weg is niet eenvoudig en soms maar een smal geitenpaadje — maar meestal is er geen andere weg om motivatie te vinden om door te gaan.

Motivatie als motor

Motivatie is het dieseltje wat het leven op gang houdt. En als dat motortje stopt of begint te pruttelen, moet je er wat mee. In de meeste gevallen helpt het niet om te blijven doen wat je altijd al deed. Ook zit er nergens een knopje wat je om kunt zetten. Zoek de motivatie waar je niet eerder gezocht hebt, stap buiten je comfortzone, zoek het begin van een draadje en wind dat op tot een bol.

← Terug naar alle artikelen over hoogbegaafdheid